Het is een koude winterdag, 11 februari 1942. Er heerst een angstige, ijzige stilte over de Utrechtse grachten. Slechts doorbroken door het knerpen van de sneeuw onder het gewicht van de Duitse soldatenlaarzen. Van het studentenleven is geen sprake meer, verenigingen zijn ontbonden en links en rechts worden mensen zonder waarschuwing afgevoerd. Hoop sijpelt weg tussen de straatstenen om te verdwijnen in het trage, troebele water van de oudegracht.
Op een door kaarslicht verlichte kamer heerst nog hoop. Op deze belangrijke dag daalt de Oerpotentie neer op vier heeren. Zij richten hèt dispuut N.E.P. op onder de zinspreuk ‘trou moet blycken’. Met het heft weer terug in eigen handen strijden zij vol passie voor hun leven en de vrijheid.
Nu, meer dan 80 jaar later, brandt datzelfde vuur immer hard in de harten van de heeren. Niet belemmerd door anderen disputeren wij op het scherpst van de snede om elkaar uit te dagen en naar het hoogste te streven. Nooit geven wij op in de zoektocht naar de antwoorden op de allergrootste vraag: ‘ben ik het?’.
Hèt dispuut is gelieerd aan Christelijke studentenvereniging S.S.R.-N.U. Christelijke en persoonlijke vorming staat aan de grondslag van N.E.P. Door te discussiëren op het scherpst van de snede, helpen we elkaar om te streven naar het hoogste.
Als traditionele studenten begeven wij ons altijd correct gekleed en drinken we jenever. Ook zijn we loyaal aan onze koning en de prinses van Oranje. Wij zingen altijd om middennacht het Wilhelmus en onderhouden een actieve briefwisseling met het koningshuis.
Hèt dispuut zetelt al meer dan 80 jaar in Utrecht. Dit maakt ons een van de oudste disputen van de stad. Met de vele oud-leden komen ook vele prachtige verhalen en tradities die zij al die tijd hebben doorgegeven. Elke generatie heeren vult hun studententijd in op hun eigen manier, maar blijft Trou aan de kern van hèt dispuut.